Afweermechanisme

Afweermechanismen (Freud). Afweermechanismen, ook wel Beschermingsmechanismen genoemd, staan globaal gezegd in verband met het niet kunnen bevredigen van behoeften of met onaanvaardbare impulsen. De afweermechanismen verdringing, rationalisatie, reactieformatie, projectie, introjectie, sublimatie, regressie en escapisme worden nader besproken. Deze afweermechanismen worden (onbewust) gehanteerd als bescherming tegen frustraties of om spanningen en conflicten te reduceren c.q. vermijden.

Afweermechanismen Inhoudsoverzicht

-Verdringing, Isolatie, Ongedaan maken
-Rationalisatie (Rationalisering, Intellectualisering)
-Projectie (Projecteren)
-Reactieformatie (Reactievorming)
-Introjectie (Identificatie)
-Sublimatie (Sublimering)
-Vlucht,Terugtrekken, Regressie


Afweermechanismen Beschermingsmechanismen (Freud)
Afweermechanismen, ook wel beschermingsmechanismen genoemd, staan in verband met het niet kunnen bevredigen van bepaalde behoeften of het niet ten uitvoer kunnen brengen van bepaalde onaanvaardbare impulsen, waardoor frustraties ontstaan. Om frustraties, spanningen en conflicten te vermijden of te reduceren, worden (onbewust) verschillende tactieken of mechanismen gehanteerd. Mechanismen die als afweer dienen naar de ander of een situatie toe, maar een beschermende functie hebben voor het individu. Het zijn aldus afweermechanismen en beschermingsmechanismen.

Freud. Het gegeven en de benaming 'afweermechanisme' is te danken aan Sigmund Freud, die deze mechanismen voor het eerst beschreef en uitwerkte. Toch staat zijn naam tussen haakjes, daar sommige van de onderstaande afweermechanismen weliswaar in basis door Freud zijn beschreven, maar nader uitgewerkt zijn door anderen.


Afweermechanisme - Verdringing
Verdringing is een centraal Freudiaans begrip, i.c. de kern van de afweermechanismen van Freud. Verdringing kan als een soort basisafweer gezien worden, die eigenlijk bij alle andere afweermechanismen meespeelt. Het afweermechanisme verdringing wordt ingezet om te voorkomen dat prikkels en verlangens, c.q. behoeftes tot het bewustzijn doordringen. Om de angst die uit de gefrustreerde behoefte ontstaat, te reduceren en te bestrijden wordt de behoefte verdrongen en ontkend. Men 'vergeet' de onbevredigde driften, het bestaan van de drift wordt ontkend.
Een bekend voorbeeld van verdringing, hetgeen de meeste mensen kennen, is de situatie van mensen met een trauma c.q. die een traumatische gebeurtenis hebben meegemaakt. Bijvoorbeeld mensen die in hun jeugd mishandeld werden of waarbij incest gepleegd is, dit hebben verdrongen en het ook echt niet meer bewust weten, zich het niet kunnen herinneren. De gebeurtenis of herinnering is uit het bewustzijn verdrongen; in het onderbewustzijn is deze echter nog wel aanwezig. Het kan dan ook gebeuren, dat de herinnering getriggert wordt door een bepaalde situatie in het heden, of het kan naar boven komen tijdens b.v. hypnose.

Isolatie of isolering.
Isolatie c.q. isolering kan omschreven worden als onvolledige verdringing. Men herinnert zich het voorval uit het verleden wel, maar niet het gevoel dat erbij hoorde. Men kijkt dan afstandelijk, als het ware als toeschouwer naar een beschouwend verhaal zonder de bijbehorende emoties of gevoelens.

Ongedaan maken.
Ongedaan maken kan volgens Freud gezien worden als surrogaat van verdringing. Het is een poging om met magische middelen, rituelen of symboolhandelingen iets te 'bezweren' of een verstoord geraakte orde weer te herstellen. Bijvoorbeeld boetedoeningen in verschillende religies kunnen als het afweermechanisme ongedaan maken beschouwd worden.


Rationalisatie (Intellectualisering)
Rationalisatie of Intellectualisering is het veranderen van een onaanvaardbare prikkel in een aanvaardbare prikkel. Op deze manier wordt de angst voor straf en frustratie vermeden. Zo wordt b.v. een vijandige agressieve daad tot een grapje verklaard: "niet zo erg bedoeld hoor". Leugens worden tot 'onjuiste verklaringen', 'vergissingen' of 'leugentje om bestwil' etc. uitgeroepen. Men zoekt voor de frustrerende situatie dus een andere verklaring, die wel goed (logisch), maar niet waar is.
Bijvoorbeeld: een student die niet slaagt voor zijn examen, kan zeggen dat het examen of de examinator niet eerlijk was. Een werknemer die geldt steelt van het bedrijf, kan zeggen dat het concern toch heel groot is en er geen schade van zal ondervinden. Een acteur die er in een auditie op aandringt om een goede rolbezetting te kiezen, zelf niet door de auditie komt en niet gekozen wordt, en achteraf zegt dat hij die rol toch niet wilde.
Of een man die al uren in de hitte loopt, vreselijke dorst heeft en ineens een druiventros ziet hangen. Hij kan er echter niet bij en het lukt hem niet de druiven te pakken en zegt vervolgens: "ze zullen toch wel te zuur geweest zijn".
Kortom: om het zelfrespect te bewaren en frustraties en angsten te vermijden, vindt men vaak redenen en verklaringen om gevoelens van mislukking e.d. weg te praten en zo te kunnen dealen met conflicten.


Projectie (Projecteren)
Projectie. Bij projectie wordt een onaanvaardbare prikkel toegeschreven aan iets of iemand anders. Net als bij rationalisering, wordt bij projectie een nieuwe verklaring of definitie gegeven van de situatie, maar dan in de vorm van het toeschrijven van de eigen gevoelens en eigenschappen aan een andere persoon. Iemand die vijandig is, beweert b.v. dat hij altijd een toonbeeld van vriendelijkheid en vertrouwen is en dat juist de ander zo vijandig is. Wanneer men een bepaalde persoon niet kan uitstaan, kan men de eigen haatgevoelens op deze persoon projecteren en hem zo ongestoord haten; het is immers de andere persoon die hem/haar haat. Op deze wijze is er een verdediging tegen angst en frustratie door de mislukking of schuld aan iemand anders toe te schrijven. Bij projecties ziet men eigenschappen in anderen, die men in zichzelf niet her- of erkent. Projectie is een manier om met agressieve gevoelens te dealen. Bijvoorbeeld een agressieve of vijandige scholier, die zijn woede ontkent, kan alle andere klasgenoten als vijandig waarnemen en bestempelen. Een tennisspeler kan zijn verlies uitleggen door te zeggen dat zijn tennisracket niet deugde. Een man die niet in staat is om een innige langdurige relatie met een vrouw op te bouwen, kan zeggen dat alle vrouwen ontrouw zijn.


Reactieformatie (Reactievorming)
Reactieformatie is een onaanvaardbare prikkel omzetten in het tegenovergestelde. Dit afweermechanisme treedt op, wanneer bepaalde impulsen vanwege bestaande sociale normen niet ongestraft geuit kunnen worden of als men impulsen heeft die door zichzelf onaanvaardbaar worden gevonden. Men overwint dan zijn angst voor het uiten van het niet toegestane gedrag door tegenovergesteld gedrag te gaan vertonen. Zo worden vijandige, agressieve prikkels b.v. veranderd in uitingen van liefde en tederheid. Een moeder die de angst voor haar agressieve impulsen voor haar kind omzet in overmatige verwenning en tederheid. Of iemand die seksueel agressief is, maar zich uiterst preuts en geremd gedraagt. Een zeer agressieve man die het zich o.g.v. zijn sociale positie niet kan veroorloven om te exploderen en in zijn gedrag juist overdreven vriendelijk is.
Reactieformatie treedt dus zowel op bij maatschappelijk onacceptabele impulsen (seksueel of vijandig) als bij elke impuls die men voor zichzelf onaanvaardbaar vindt. Soms wordt b.v. door onzekere, angstige jongens/meisjes gekozen voor beroepen waar geweld aan te pas komt, zoals b.v. militaire dienst. Zo kan iemand die zich onzeker, angstig of inadequaat voelt zich juist roekeloos en gevaarlijk gedragen. Of kunnen b.v. volwassenen met een dogmatische houding t.a.v. het uiten van emoties zichzelf lustervaringen niet toestaan en dan anderen verbieden om hun emoties te uiten. Dit verbod is dan eigenlijk een reactie op hun eigen impulsen, wensen en behoeften. Wat zij zichzelf niet toestaan, staan ze ook anderen niet toe.


Introjectie (Identificatie)
Introjectie. Introjectie of identificatie is een proces waarbij men gefrustreerde behoeften compenseert door zich gedragingen en eigenschappen van andere personen of groepen eigen te maken. Met dit afweermechanisme verdedigt men zich door zich gelijk te stellen (te identificeren) met de ander. Zo kan b.v. iemand die vijandig, agressief is zich identificeren met een gangster in een speelfilm. Of b.v. een werknemer (ondergeschikte) op kantoor die het niet gelukt is om teamleider te worden, kan dit compenseren door zich met zijn eigen teamleider te identificeren, waardoor hij niet in de werkelijkheid maar wel in zijn beleving deelt in de macht.


Sublimatie (Sublimering)
Sublimatie betekent 'veredelen' c.q. vervangen door iets edelers. Bij het afweermechanisme sublimatie wordt een wetteloze, onaanvaardbare impuls omgezet in een aanvaardbare en constructieve activiteit. Zo kunnen volgens Freud (onaanvaardbare) agressieve prikkels iemand ertoe brengen om politieagent, strafrechtadvocaat, slager of chirurg te worden. Waarbij respectievelijk onacceptabele gewelddadige, wetteloze, criminele of moorddadige behoeften omgezet worden door een constructieve invulling van deze driften en impulsen. Seksuele prikkels kunnen omgezet worden in (naakt) schilderen, beeldhouwen of andere kunstvormen. Freud stelde dat het grootste deel van de vooruitgang die we beschaving noemen berust op sublimatie (sublimering).


Overige Afweer- Beschermingsmechanismen
Andere afweer- of beschermingsmechanismen die in publicaties ook wel genoemd worden:

Terugtrekken - Escapisme (Vluchten). Er wordt van terugtrekken of vlucht gesproken wanneer men zijn doel niet meteen kan bereiken en vanuit de hieruit ontstane frustratie, geen nieuwe pogingen onderneemt en ook geen andere gelijkwaardige doelen nastreeft, maar gewoon opgeeft. Ook kan er sprake zijn van terugtrekken of vluchten in dagdromen of fantasieën, hetgeen soms escapisme wordt genoemd.
Regressie. Door een teleurstellende, frustrerende of pijnlijke ervaring of gebeurtenis kan iemand terugvallen in een vroegere leeftijdsfase. Bijvoorbeeld kinderen die al geruime tijd zindelijk zijn, die plotseling weer gaan bedplassen nadat moeder is gaan werken of als er een broertje/zusje geboren wordt. Ook kan een extreme, totale afhankelijkheid t.a.v. autoriteiten in dit licht gezien worden. Een zodanige afhankelijkheid dat de zelfstandige besluitvorming totaal verlamd raakt (b.v. afhankelijkheidsgedrag in extremiteiten doorgevoerd betreffende kerkelijke (sekte), militaire of wetenschappelijke gezagsdragers).