Narcisme_7

- vervolg van Narcisme (6) -


Het laatste element in dit reactieve repertoire is het opwerpen van gefalcificeerde (verzonnen) bereikte prestaties en persoonlijke ontwikkelingen. De narcist overtuigt daarbij zichzelf - en wel voornamelijk door eerst anderen te overtuigen of daartoe te overreden - dat hij zich midden in een proces bevind waarin hij grote vooruitgang boekt richting een of meerdere zeer wezenlijke prestaties, waar echter in werkelijkheid wel eens helemaal niets van waar zou kunnen zijn.

Men dient dit reactieve repertoire NIET op te vatten als reconstructie van verloren gegane bronnen van narcistic supply. Echte prestaties van persoonlijkheidsontwikkelingen of de schijn van 'normaal zijn' zijn weliswaar comfortabel voor de altijd zichzelf misleidende narcist, maar zijn voor hem geen afdoende bronnen van narcistic supply.

Het 'doel' van het functioneren van dit reactieve repertoire, is zichzelf enige rust en ademruimte te verschaffen t.o.v. de zwaar belastende en energieverkwistende narcistische spelletjes van de narcist. Dit heeft de narcist nodig om zichzelf weer met nieuwe energie op te laden. Deze ademruimte verschaft de narcist zich door gewoon te verhuizen, de context van zijn activiteiten te veranderen, de plaats van het voorgaand falen te vermijden, of zichzelf op welke wijze dan ook van een rechtvaardiging te voorzien voor de afwezigheid van bronnen van narcistic supply.

Dit reactieve repertoire is een vorm van escapisme of vluchtgedrag, en kan worden gezien als de fysieke dimensie van het door de narcist continue wegvluchten voor de realiteit van zijn bestaan, ook wel te begrijpen als het continue onderdrukken van het ECHTE ZELF.

Het creeren van een valse illusie van normaliteit, en het valselijk communiceren van zijn prestaties en bereikte doelen, levert voor de narcist bewondering, waardering en publiciteit op. Maar het blijft gewoon vluchtgedrag voor het ECHTE ZELF, aangezien de narcist zijn wetenschap onderdrukt dat het allemaal vervalst, gelogen, nep en onecht is.

Het is te begrijpen dat al dit vluchtgedrag slechts een zeer tijdelijke werking heeft voor de narcist. Het raakt niet de kern van de problematiek, de narcistische behoeftigheid aan ego-ondersteuning ter versterking van zijn zwakke gevoel van eigenwaarde, het rekent met andere woorden in het geheel niet af met zijn narcistische persoonlijkheidsstoornis.

De narcist is daarom gedoemd om steeds weer detzelfde dodelijk vermoeiende cyclus te herhalen, een cyclus van verlies van narcistic supply, gevolgd door zijn reactieve repertoire, het wegvluchten van de plaats waar hem zijn narcistic supply werd ontnomen. De narcist blijft daarmee continue wegvluchten voor de confrontatie met zijn ECHTE ZELF.

Het verval of het verdwijnen van de bronnen van narcistic supply creert een intern psychisch conflict bij de narcist, welk conflict zichzelf manifesteert door innerlijke angst, bezorgdheid of verontrusting, en uiteindelijk neerslachtigheid en depressiviteit. Het reactieve repertoire (wegvluchten) lost dit conflict (tijdelijk) op, en verlicht daarbij (tevens tijdelijk) de spanning en bezorgdheid. De daaraan ten grondslag liggende persoonlijkheidsproblematiek blijft echter gewoon bestaan.

Het reactieve repertoire is derhalve een slechts tijdelijk werkende pijnstiller voor de narcist. Het zorgt ervoor dat de neerslachtigheid en depressie tijdelijk niet zo zeer gevoeld worden. (Het is wegvluchten voor jezelf). Omdat het echter geen nieuwe bronnen van narcistic supply creert, duurt het niet al te lang voordat het zijn uitwerking verliest.

De neerslachtigheid en depressie komt daarna snel weer terug, bij gebrek aan narcistic supply. De narcist is dan weer gedoemd om nieuwe bronnen van narcistic supply aan te boren. Deze nieuwe bronnen zal hij daarna weer verliezen wanneer zijn ONECHTE ZELF weer doorzien wordt, tengevolge waarvan weer opnieuw neerslachtigheid en depressie ontstaat, zulks wederom weer gevolgd door een nieuw reactief repertoire, en de cirkel is weer rond.

DUS :

1. Bronnen van narcistic supply
2. Het verlies van die bronnen
3. Daarom de neerslachtigheid/depressie
4. Reactief repertoire (wegvluchten)
5. Zeer tijdelijke opluchting
6. Opluchting ebt weg -> nieuwe depressie
7. Zoekt nieuwe bronnen van narcistic supply
8. En weer terug naar stap 1

etc. etc. etc. etc.



Een narcist kan, in het licht van het bovenstaande, om twee redenen neerslachtig of depressief worden,

1. Ten aanzien van het verleden, de geschiedenis, en hangt daarmee samen met het verloren hebben van bronnen van narcistic supply, en

2. Ten aanzien van de toekomst, en hangt daarmee samen met de angst geen nieuwe bronnen van narcistic supply te kunnen vinden.

Het verliezen van narcistic supply is zeer vaak de resultante van een of andere crisis in het leven : er is geen publiciteit meer rond de persoon van de narcist, een scheiding, een faillissement, gevangenisstraf of hechtenis of arrestatie, een sterfgeval in de naaste omgeving...

Vanwege nog een derde reden kan een narcist zeer neerslachtig en depressief worden, namelijk in een van de zeldzame gevallen dat de narcist in verbinding wordt gebracht met zijn tot dan toe in het algemeen zeer goed onderdrukte ECHTE ZELF, en de daarmee in verbinding staande emoties. In dit geval komt de narcist in verbinding te staan met emotioneel als pijnlijk ervaren relaties in het verleden, meestal het primaire liefdesobject van het kind. (Voor een man meestal de moeder, voor een vrouw meestal de vader)

(Sigmund Freud -> Oedipus- en Electra-complex)

Het lijkt erop dat het verlies van bronnen van narcistic supply de narcist dwingt om in contact te komen met zijn tot dan toe onderdrukte emoties met betrekking tot het ECHTE ZELF, waarbij de narcist voorbijgegane relaties en gebeurtenissen in het verleden reconstrueert, die nog steeds emotioneel pijnlijk zijn, zijnde zulks ook de reden dat ze nog steeds onderdrukt worden.

De connectie met die emotioneel nog steeds gevoelde pijn ligt meestal bij de moederfiguur, in sommige gevallen echter de vaderfiguur of een andere in de jeugd van de narcist belangrijke referentie-groep of peer-group.

De gehele structuur van de narcistische persoonlijkheidsstoornis is aldus te bezien als een een afgeleide van de relatie die de narcist had met zijn primaire liefdesobject, meestal zijn moeder. (voor vrouwelijke narcisten zal het de vaderfiguur kunnen zijn)

De moeder van de narcist kan bijvoorbeeld in de jeugd van de narcist zo onbetrouwbaar, inconsistent, leugenachtig, devaluerend of beledigend zijn geweest, dat zij daarmee zijn capaciteit tot vertrouwen en liefhebben, tot zichzelf gewenst en gewaardeerd voelen, reeds in een zeer pril stadium in de kiem heeft gesmoord. Door op deze wijze de narcist reeds emotioneel te kwetsen in een zeer vroeg jeugdstadium, heeft zij in haar zoon de angs aangewakkerd om wederom in de steek gelaten te worden (vgl:bindings- en verlatingsangst), en het gevoel aangewakkerd dat de wereld een onpeilbare, gevaarlijke en vijandige plaats is. De moederfiguur nestelde zich dientengevolge in de psyche van de narcist als een negativistische, beledigende en vernederende figuur, in een zeer pril stadium waarin deze moederfiguur, pedagogisch gezien, juist het tegenovergestelde had behoren te doen.

(wie zegt : narcist, zegt dus eigenlijk : gekwetst kind, of, ten negatieve : volwassene met infantiele emotie-regulering)



Twee haaks op elkaar staande psychische verdedigingsmechanismen worden dan aangegrepen door het slachtoffer van deze ouderlijke (psychische) agressie. (Ik noem het zelf : de terreur van de ouderlijke dictatuur)

Met de constante herinnering aan de door zijn moeder ingeplante gevoelens van inferieuriteit en waardeloosheid begint de narcist dan zijn levenslange zoektocht naar bevestiging van zichzelf en positieve invloed op zijn persoon. Hij zoekt naar mensen en groepen mensen die zijn gedrag bevestigen en ondersteunen en hem op regelmatige basis ondersteunen in zijn zelfbeeld. (narcistic supply geven) en wel aan het ONECHTE ZELF

Tegelijkertijd refereert de narcist (het kind, het ECHTE ZELF) aan zichzelf om mentale verzorging, geestelijke voeding, persoonlijkheidsbevestigin en bevrediging te verkrijgen, m.a.w., liefde te verkrijgen. Hij heeft de neiging zich daarvoor in zichzelf terug te trekken.


Deze dualistische oplossing polariseert de innerlijke belevingswereld van de narcist.
Het kind (innerlijk) is dan de enige betrouwbare en goedaardige bron van zijn positieve emoties, waarbij alle anderen en al het andere dienstbaar wordt aan de ondersteuning daarvan, dus louter functioneel zijn. Zij hebben dan slechts 1 rol te spelen, en dat is hem te bejubelen en tegen hem op te kijken. Anderen zijn dan het publiek, dat geacht wordt hem (het ONECHTE ZELF) in zijn narcistische spelletje te bejubelen, maar in dat spelletje beslist geen rol van betekenis mogen spelen.

Ieder verlies van narcistic supply, herinnerd aan, en brengt de narcist in verbinding met, het zeer vroegtijdig verlies van de emotionele verbinding met de moederfiguur, een verlies dat chronisch, frustrerend en pijnlijk wordt ervaren.

De narcistische reacties op het verlies van narcistic supply zijn ongelooflijk sterk. De wereld wordt dan opeens door hem bezien, alsof zijn eigen frustraties maatgevend zijn voor alles dat hem omringt. De narcist beziet de wereld dan opeens, en gaat er ook op die wijze mee om, alsof de hele wereld zich tegen hem samenspant om misbruik van hem te maken. Het verlies van narcistic supply is voor de narcist buitengewoon frustrerend tot aan psychisch vernietigend toe. "Waarom schrijft de krant niets meer over mij ?", zo schreeuwt de narcist dan in boosheid. "Waarom verlaat ze me", indien hij verlaten wordt door zijn partner.

Het verlies van narcistic supply voelt voor de narcist aan alsof hij emotioneel in de steek gelaten wordt, hetgeen een bevestiging geeft van het innerlijk negativistische en vernederende stemmetje van zijn moeder.

Als de krant niet meer in hem geinteresseerd is, dan is dat voor hem het 'bewijs' dat hij zelf niet meer interessant is. Als zijn partner hem verlaat ziet hij daarin het bewijs dat hij een mislukkeling is, en dat succesvollere mannen haar hebben ingepikt.

Zo'n verlies leidt ertoe dat de narcist zich terugtrekt in kluizenaarschap. Alleen daar, diep in zichzelf gekeerd, voelt de narcist zich dan nog veilig, gewaardeerd, en door zichzelf bevestigd.

Maar zelfs de narcistische capaciteit om te ontkennen en te onderdrukken, te liegen en te bedriegen, te camoufleren en net te doen alsof, is beperkt. Er komt altijd wel een tijd dat het ECHTE ZELF, diep begraven onder bergen van zelfbedrog, aan de oppervlakte komt, of aan de oppervlakte wordt gebracht. Wanneer dit gebeurd is een totale ineenstorting van zijn gevoel van eigenwaarde en zelfbeeld het gevolg. De enige manier om de schijn van het zelf overeind te houden is zich van de wereld terug te trekken, zich terug te trekken van de behoefte om te doen alsof. (reactief)

Deze symptomen worden nog verergerd door het feit dat de bronnen van narcistic supply niet een voor een verdwijnen, maar meestal, door de een of andere gebeurtenis, in een klap van de aardbodem worden weggevaagd, meestal op zodanige wijze dat de narcist daar met zijn pathetisch theatrale gedrag niets meer aan kan doen.

De narcist ervaart dan een verlies van zijn innerlijk compas, een walgelijk gevoel dat hij zichzelf nog niet eens kan vertrouwen, en zichzelf niet zuiver kan inschatten. Hij wordt daardoor psychisch verzwakt door het herbeleven van zijn traumatische jeugd-teleurstellingen. Hij wordt dan droevig omdat hij opeens weer in contact staat met de emoties van zijn ECHTE ZELF. Hij realiseert zich slechts dan hoe verknipt hij is, en hoeveel hij van het leven mist door zo te zijn zoals hij geworden is. Hij voelt zich dan inferieur, ondergewaardeerd en blijft zeer langdurig afgunstig en jaloers.

Hij 'leert' hieruit de 'les' dat hij liefde, liefdessurrogaten en liefdesobjecten moet zien te vermijden, omdat zijn innerlijke Oedipale liefdesobject (zijn moeder) hem vernederd heeft tot 'liefde-onwaardig'.

Wanneer nu echter de narcist wel met echte liefde of affectie (of surrogaten daarvan : geld, macht of status) in aanraking komt, raakt dat zowel zijn verstand (ik moet deze liefde zien te vermijden) alsook zijn gevoel (dat deze liefde of aantrekking niet KAN onderdrukken) hetgeen in hem een groot intern psychisch conflict veroorzaakt.

De realiteit biedt de narcist mogelijkheden tot liefde, zowel ook tot de surrogaten daarvan (geld, macht, status). Het interne stemmetje van het Oedipale liefdesobject (moeder) echter, is nog steeds roepende dat hij daartoe onwaardig is.

Innerlijk verscheurd door dit dilemma verliest dan de narcist zijn zelfcontrole en geeft zich over aan een orgie van zelfdestructief gedrag (meestal drank- en/of drugsverslaving, gok- of koopverslaving, of sexuele losbandigheid). Deze zelfdestructie leidt dan weer zeer snel tot het verlies van zijn geliefden en liefdes-substituten.

- wordt vervolgd op narcisme 8 -