Gedicht / buigen


Een opsteker van Hans Dorrestijn, voor als je een manipulatieve partner achter je gelaten hebt.


God mag weten voor ik wie niet heb gebogen
Ik boog voor koning zowel als voor lakei
Ik keek de meester en zijn slaven naar de ogen
Voor edelman en bedelman, ik boog voor allebei
Ik boog voor heren, even diep voor knechten
Ik heb gebogen voor de maagd en voor de hoer
Ik kreeg geen ogenblik de tijd mijn rug te rechten
Maar mijn ruggegraat begaf het en ik zwoer

'k Zal nooit nooit meer buigen, niet bij voorspoed, niet in nood
'k Zal nooit en nooit meer buigen, tot de dood

Wie zich vernedert wordt vertrapt. Zo is het leven
Na elke trap was weer een buiging mijn repliek
Op 't laatst was ik in buigen zo bedreven
Dat ik op het podium geraakte, voor publiek

Maar mijn besluit staat vast, 'k zal niet meer buigen
Niet voor goedwillenden en zeker niet voor tuig
'k Blijf rechtovereind als staat de zaal me toe te juichen
Want ik mag barsten als ik ooit nog buig

'k Zal nooit nooit meer buigen, niet bij succes, niet in nood
'k Zal nooit en nooit meer buigen, tot de dood
Want ik mag barsten als ik ooit nog buig